Hof van Eden
Hof van Eden!

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer van Beloved Daughter:

    Adonai

    Anointed Garden

    Anointed Place

       Daughter of the King 

    Een Afgesloten Hof

    Eternity

      God's Rose Garden

   Hiding Place

    Hof van Eden

     Holy of Holies

  King of Kings

  Levend Water

Planet Earth

   Prayer Garden

    Psalms of David

   Rose Garden

    Royal Garden

Salvation 

   Secret Garden

Secret Place

    Song of Solomon

    Stille Plaats

  The Cross 

    Toevluchtsoord

    Worship the King

 

  http://i35.tinypic.com/10fx1r4.jpg

 

 

 

 

Photobucket - Video and Image Hosting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Landscape, Waterfalls, Landscapes, Beautiful Landscape, Animated Landscapes, Keefers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

asdfjj5.gif waterfall animation image by juggalorocky

 

 

 

 

    

Welkom in de

Hof van Eden.

 

 Ga de tuin binnen

Wandel door de tuin.

Loop over het kronkelpaden geniet

Geniet van de rozen om je heen

Ruik de heerlijke rozengeuren

de mooie blauwe lucht

het zonnetje schijnten de vogels fluiten.

geniet van de vredeen laat je hart vullen

met de vreugde van Vader God.

 

 @Beloved Daughter
 
  
Reacties
 
 
 
Paradijs in jouw hart
 
 
De schepper van het paradijs wil van jouw hart 
een Hof van Eden maken!
 
Beste lezers,
Onze wereld is voor een groot deel verpest door de geldzucht en onverschilligheid van de zondige mensen. Je vind niet zoveel plaatsen meer waar je de oorspronkelijke paradijselijke schoonheid kunt zien, die God gemaakt had op aarde.
 
God zag het en zei zelf, diep 
onder de indruk: ‘Het is zeer goed.’
Gelukkig zijn er nog plaatsen om ons heen waar je restanten kunt vinden van Gods wondermooie schepping. Niets is nog zo mooi als toen het was vòòr de zondvloed, die de aarde verwoestte, maar toch zie je hier en daar nog kostbare parels van Gods schepping.
 
Gelukkig is God nog steeds de Schepper. En Hij wil het paradijs in jouw hart herscheppen!
De eerste mens was volmaakt geschapen naar het beeld van God. We kunnen ons niet indenken hoe PUUR die mens was, zonder besmetting van het kwaad, zonder angst, zonder haat.
 
Zo wilde God de mens hebben: een wondermooie, zuivere afstraling van Hemzelf.
Maar de duisternis verleidde de mens om het kwaad toe te staan en alles veranderde...
Nu wil God ons echter herscheppen, ons helemaal nieuw maken. Hij wil ons een compleet nieuw hart geven, door de heilige Geest. De oorspronkelijke schoonheid die Hij legde in de eerste mens wil Hij herstellen in jou, en nog meer zelfs.
 
'Volgens zijn plan heeft hij
ons nieuw leven gegeven
door de verkondiging van de waarheid,
zodat wij in zekere zin de eersten
van de nieuwe schepping zijn.'
(Jakobus 1:18)
 
Jezus Christus is gekomen, als de Zoon van God, om je vrij te maken van het kwaad. Hij is aan het kruis gestorven als een Lam, dat geofferd werd als verzoeningsoffer voor de mensen.
 
Als je Hem aanroept als je verlosser en zijn vergeving ontvangt, dan geeft Hij je een compleet nieuw hart, dat zonder zonde is.
We hebben wel de keuze of we in die nieuwe gesteldheid leven of niet. Je kunt nog steeds haat, zelfzucht en oneerlijkheid de kans geven zich in je hart te nestelen.
 
'Maar jij hebt Christus leren kennen! Je hebt van hem gehoord, je bent in hem onderwezen en hebt geleerd wat de waarheid van Jezus is.
Laat daarom je vroegere manier van leven varen en leg de oude mens af die, geleid door valse verlangens, de ondergang tegemoet gaat.
Vernieuw de geest die je denken beheerst. Doe de nieuwe mens aan die naar het beeld van God geschapen is in ware eerlijkheid en heiligheid.' 
(Efeze 4:20-24).'
 
Door de verlossing die Jezus je geeft, heb je de kans gekregen jezelf samen met Jezus aan het kruis te laten nagelen, zodat je oude, slechte mens sterft. Dan sta je samen met Jezus op uit de dood en leef je als een nieuw mens. Verlost van het kwaad, verlost van je zelfzucht.
 
'Want wie één is geworden met Christus, is een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.'
(2 Korinthe 5:17)
En dan kun je leven in de liefde die God is. 
Wondermooi is dat!
Wat een paradijs is je eigen hart dan...
 
Veel groetjes,

David Sorensen 

Reacties
 
 
 
 
Een grote bloemenpracht in Gods hof. 
 
Op een dag wandelde ik, door mijn grote achtertuin. 
Het malse door ochtenddauw bedekte gras, kriebelde heerlijk aan mijn voeten. 
De heerlijke geur van een nabijgelegen bloemenperkje streelde zachtjes mijn neus.  Ja ik ben blij dat ik me had overgegeven om mij deze pracht en praal te verwerven, dacht ik.
 
Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat mijn Vader me vroeg, om een werker te worden in zijn tuin. eenmaal had Hij deze aangelegd en hij was volmaakt mooi.  Doch de buurman had, terwijl mijn Vader elders was bezig geweest, deze vol onkruid en rotsblokken gezaaid.  Overal was er vuil en ongerechtigheid gegroeid, alles was overwoekerd en met doornen en distels, muur en klimop bekleed.  Ja het was zonde!  Nee dit kon zo niet blijven, want mijn Vader was zeer bedroefd. 
 
Gelukkig had Hij een plan met dit alles, ja Zijn plan was, om alle ongerechtigheid met Zijn heerlijkheid weer te verzoenen. Hierom riep Hij mij, en zei : Zoon zie eens wat de buurman gedaan heeft, en ik kan hem niet straffen, want zijzelf hebben alles in zijn macht gegeven wat Ik aan hen had gegeven" 
 
Ik vroeg bedenktijd en bekwam hem, en op een keer ging ik naar Hem toe en zei : Vader ik ben bang, uiterst bang maar niet mijn maar Uw wil zal geschieden.
 
En toen heb ik zijn paleis verlaten en heb alles gegeven, nee ik had geen huis of haard, en toen ik volwassen werd had ik zelfs geen steen meer om mijn hoofd op neer te leggen. Alles liet ik achter mij, om deze grote wildernis aan te schaffen, en Vader zorgde dat ik een metgezel kreeg om mij aan te sterken, Hij legde Zijn geest op mij en dat wat ik moest weten, leerde Hij mij. 
 
En na jaren van woeste arbeid, van onkruid en wortels verwijderen, ploegen, bemesten, ben ik beken en grachten gaan graven om deze hof te bevloeien. Ja Ik legde bergen aan, een vallei met wilde bloemen, maakte een waterval, en liet er een grote stroom naartoe gaan die uitmond in vier kleinere rivieren. Ja het had mij veel gekost, maar het loon was het me meer dan waard gebleken. Nu zit Ik aan Vaders rechterhand.
En sindsdien strooi Ik gul mijn liefde uit en win talrijke bloemen. 
 
Elke bloem heeft weer iets anders, de ene is vuurrood, de andere geel, weer een andere is donkerder gekleurd en weer een ander is met rood en geel bedekt.
ik zorg voor de mijne, en leer hen te onderhouden al wat ik hen gezegd heb.
Zo bleef ik eens stilstaan bij dit mooie weidse bloemenperk dat met weer andere, maar kleinere bloempjes was omzoomd.  Heerlijk die geuren, en mooi, als ik naar het kleine viooltje kijk, dat zachtjes speelde met het afrikaantje en de vlijtige liesjes. Zie die trotse geranium steekt het kopje naar de Begonia, en ietsje verderop kijkt de Petunia naar de Rodendendrom, allen zagen ze naar mij en smachten naar mijn aanwezigheid. Zou Ik hen dat dan onthouden? Nee ik kan dat niet.
 
En toen zag ik plotseling dat er eentje in grote nood was verzeilt geraakt.  De geur die het afgaf, was alsof het bang was, ja het trilde en sidderde. En met een blik op het bloemenperk, riep ik boos : wie heeft er hier de bescherming weggehaald? Wie heeft hier onkruid in voortgebracht? Waar is die wachter die ik hier heb geplaatst? "ik", riep buurman distel, en trots, "ik heb hem moedeloos gemaakt." " En ik gaf mijn stekels voort, en nu voed ik mij met dit lekkers", riep de paardenbloem. 
 
Het grassprietje keek me zielig aan en vroeg "mag dat dan niet meester?" "Heer" zei het roosje in de knop, "ik kan geen adem meer halen" Een bang knopje sidderde en trilde in de woelige wind. Even maar keek ik naar haar jonge wortels, waarbij ik zag dat de distel en de paardebloem hun wortels gezamelijk rond de tere wortels hadden geslagen.
 
Voorzichtig deed ik eerst wat muur en mos weg zodat de wortels van het onkruid goed zichtbaar waren en ik de stengels kon verwijderen. "Wees niet bevreesd klein bloempje, ik omhul u met liefde en werk met kennis van de Vader". fluisterde ik het toe.
 
Doch de distel pochte, "Ik ben stekelig hoor! en ik ga u prikken" maar ik gaf hem geen aandacht.
 
" En mijn wortel gaat dieper en ik drink al het water op" lachte de paardebloem, "zo word ik sterker, en als je me afbreekt, groei ik stiekem toch weer verder."  Teder knipoogde ik naar het jonge roosje en verwijderde een voor een al de versmachtende stengels.
 
Doch de bladeren staken mij in de handen en ze scheurden mijn lichaam. Plots kwam er een grote windvlaag waarbij een tak van een doornenstruik los liet en mijn hoofd omhulde en mijn zijde doorboorde.  Waarop de distel zei, "je krijgt mij mischien wel, maar zo gemakkelijk laat ik nog niet los, ik heb mijn zaad, gedroogd door uw zon al afgegeven en laten vallen, heel uw perkje zal straks vol zijn van mijn nakomelingen" Dan verwijder Ik ook deze weer, en eenmaal zal er niets meer van jou te vinden zijn,
 
Ik heb jou overwonnen! " Jij mij overwonnen? je bent verslagen jij, zie naar mijn kroost, talrijk zijn zij die reeds in de grond zijn afgestorven!" 
Het is volbracht
 
" Oei nu heb ik zekerst iets verkeerds gezegd" trilde de boosdoener die ik voorzichtig uit de grond had getrokken en nu in mijn handen lag.  "meester meester, ik dank u, ik krijg weer lucht !" riep het roosje verheugd. " mag ik u eren en danken meester?"
 
Blij om zoveel eer keerde ik me om : dat mag je.  En stak gelijk het vuur aan de distel, zodat deze verteerd werd. Waarna ik naar de plaats ging waar zegen in overvloed lag, om weer te keren en de wortels van het roosje ermee bedekte, weldra verheerlijkte het mij met haar heerlijke geuren.
 
En gelijk weerklonk er uit verschillende mondjes "Meester meester wij eren en aanbidden u" als in een koor, terwijl ik verder aan het perkje bleef werken. Het verheugde mij, trok de brandnetel uit en vele kleinere graszoden. Het andere onkruid wat mijn tegenstander die nacht had gezaait bedekte ik met onkruidverdelger. Ik moet hier een wacht bijplaatsen dacht ik, er staan teveel jonge roosjes die nog te kwetsbaar zijn. En meteen gaf ik hen nog wat levend water zodat hun wortels zich nog wat dieper in de rotsachtige bodem konden dringen. Gulzig dronken ze mijn Levend Water en de voeding op, en gaf hun bladeren ook nog wat, waarbij ze mij een lied zongen :
 
Met vreugde zal ik tot u zingen Heer, u bent de rots van mijn verlossing. 'k Kom met een danklied voor uw troon o Heer, en verhoog u met gezang. U bent de heerser over al wat leeft, u houd de diepte der aard' in Uw hand. met vreugde zal ik tot u zingen Heer,
 
Ik voelde mij heerlijk om mijn schepping, ja mijn hart riep me toe, zegen hen, ja zegen hen, zodat ik hen nog meer met gulle hand voeding en levend water gaf.  Zegen strooide ik in hun hartjes met de rechterhand, en met mijn linkerhand legde ik blijdschap en voorspoed op hun hoofdjes.  
 
O ik wist wel dat mijn schepping tegen mij zondigde, doch wat konden ze? Jaren en jaren hadden ze niets anders gekend en gedaan en leerden en leefden ze in zonde, daar konden ze toch moeilijk geheel en al op een dag komaf mee maken? Veel gebondenheden nam ik van hen reeds weg zodat ze staande konden blijven. Gaf hen vizie op een nieuwe toekomst, en gaf honger naar gerechtigheid en mijn Woord. Nee Ik wilde voortaan Mijn liefde voor hen tonen, en deze liefde in hun hart planten, Ik legde liefde voor mij in hun harten en gaf hen nieuwe voeding, dan zouden ze veel en dikwijls met mij komen praten. En hun stem, ja hun stem dat was iets wat ik zo graag hoorde.  Ja hoor hen eens zingen? Hoor naar hun lofuitingen en smekingen?  Zou ik hen nu iets kunnen weigeren? Kan Ik dat? Nee dat kan Ik niet, want Mijn liefde is onvoorwaardelijk en groot.
 
Daarbij Mijn beloften die ze kennen, en die Ik hen heb toegezegd, die blijf Ik houden.  Zie daar is eentje die ooit wegnam wat niet van hem was, en die daar, die pronkte graag met zijn kunne, en die was altijd haasje de voorste in roddel en onreinheid, en deze die gebruikte Mijn naam te pas en te onpas, en vaak sleurde hij deze door het slijk.  Ja hij daar had vreselijk last van gebondenheden, en dat lieve kind daar had een groot minderwaardigheidsgevoel. En Ik heb ze allemaal even lief.  Ja kijk maar eens naar hun hart, ze vechten zwoegen tegen zichzelf, liever hadden ze gehad dat Ik hun leven nam dan dat ze nog eenmaal tegen mij zouden ingaan.
 
Ja gelukkig spreken ze mij er nu altijd weer over aan, en keer op keer mag Ik hen bewijzen dat Ik hen liefheb door te zeggen "kom sta op uw voeten "mijn genade is u genoeg" ga nu maar verder met je leven, alles is volbracht." Ja mijn bloemen hebben allemaal een andere geur en kleur, en toch zijn ze uniek van elkaar, en weldra ga ik ze naast Mij aan Mijn troon plaatsen, weldra, zullen ze waarlijk de verheerlijkte naam van Mijn Vader tenvolle verheerlijken. Als hun dagen vol zijn.
 
onbekend
 
.
 
Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl